Boerderijen en hun bewoners

Boek III 1976 – 1999 > heden

Supplement

Waterschap Hunze en Aa's


Waterschap Hunze en Aa’s is ontstaan op 1 januari 2000 uit een fusie van zes organisaties. Dit zijn de voormalige waterschappen Dollardzijlvest, Hunze en Aa en delen van het waterschap Eemszijlvest (het gebied van de voormalige waterschappen Duurswold en Oldambt), de Dienst Zuiveringsbeheer van de provincie Groningen en het Zuiveringsschap Drenthe. De oprichting vond plaats volgens besluit van de provinciale Staten van Groningen en Drenthe van 13 december 1995. De basis van de fusie is om:
- met ingang van 2000 de organisatie van het oppervlaktewaterbeheer en van de zeewaterkering in het gebied van Groningen en Noord-Drenthe door twee waterschappen uit te laten voeren. Deze waterschappen zijn gevormd op basis van waterstaatkundige eenheid;
- ook krijgen deze waterschappen een extra taak, namelijk de zorg voor het kwaliteitsbeheer van oppervlaktewater.
Waterschap Hunze en Aa’s bestrijkt ruwweg het gebied ten oosten van het Eemskanaal en het Noord-Willemskanaal. Het waterschap zorgt in dit gebied voor veilige zeedijken en boezemkaden, voor voldoende en schoon oppervlaktewater en voor toegankelijke vaarwegen.
Het waterschapshuis staat in Veendam.

Sinds de oprichting van het waterschap zijn er in het gebied rondom Beerta diverse werken uitgevoerd waarbij de bergingsgebieden, het Oldambtmeer en nieuwe vaarverbindingen de meest ingrijpende veranderingen zijn.

Bergingsgebieden
Na de wateroverlast door langdurig zware regenval in oktober 1998 heeft het waterschap samen met de provincie Groningen en Drenthe gekozen voor een waterbeheer met meer ruimte voor water. Zo zijn er bergingsgebieden aangewezen waar teveel aan water tijdelijk geparkeerd kan worden. In het gebied rondom Beerta zijn daarvoor de bergingsgebieden Ulsderpolder, Tusschenwegen, de Benedenloop Westerwoldse Aa, Kuurbos, Hamdijk, Bovenlanden en het Oldambtmeer aangewezen.

Oldambtmeer
Het Oldambtmeer ligt ten noorden van Winschoten, binnen de dorpenring van Scheemda, Midwolda, Oostwold, Finsterwolde en Beerta. Vroeger lag binnen deze dorpenring o.a. het Huningameer. Buiten de dorpenring reikte de Dollard. In 1545 vond de eerste inpoldering plaats. De ingepolderde Dollard bestond uit twee armen: het Oldambt in het westelijk deel en het Reiderland in het oostelijk deel, gescheiden door het Schiereiland van Winschoten. Langzamerhand werd het Schiereiland vasteland. In het centrum was het Huningameer. Hier vond later veenontginning plaats waarna het gebied voornamelijk werd ingericht voor de landbouw. In de 20e eeuw nam de werkgelegenheid in de landbouw sterk terug door mechanisatie. De algemene leefbaarheid van de regio kwam onder druk te staan. Om hierin verbetering aan te brengen werd in 1991 een stuurgroep aangesteld door het Rijk, de provincie Groningen en de gemeente Oldambt. Eén van de plannen was de realisatie van “de Blauwe Stad”.

Het plan omvat een (Oldambt)meer van 800 hectare, 300 hectare extra natuurgebied, toeristische en recreatieve voorzieningen, de bouw van nieuwe woningen en het gebied kan 4 miljoen kuub extra water bergen.
Het waterschap probeert voor al die functies een goede kwaliteit van het water te verzorgen. Er zijn een aantal maatregelen genomen om het water helder te krijgen en te houden. De kwaliteit wordt nauwkeurig gevolgd waarbij gelet wordt op de hoeveelheden voedingsstoffen, de ontwikkeling van water- en oeverplanten en de visstand. Ook stemt het waterschap de waterstand af op het gebruik van het gebied. Het gebied kan ingeval van nood dienen als waterbergingsgebied. De waterstand kan vanuit het Winschoterdiep kunstmatig met 50 cm verhoogd worden: van het normale waterpeil 0,65 –NAP tot 0,15-NAP.
Door het ontstaan van het Oldambtmeer heeft het gebied zijn landbouwfunctie grotendeels verloren. Recreatie, wonen en natuurontwikkeling zijn daarvoor in de plaats gekomen.

Vaarverbinding
Via het Oldambtmeer komen er ook nieuwe vaarverbindingen. Zo is in 2009 het meer in het zuiden via een sluis en het Blauwediep verbonden met het Winschoterdiep. In het oosten is het meer verbonden via een nieuw gegraven kanaal richting Beerta met aansluiting op het Beersterdiep. In het noordwesten van het meer zijn er plannen voor een nieuwe vaarverbinding richting het Termunterzijldiep. Hiervoor zal het Nieuwe Kanaal tussen Midwolda en Nieuwolda verbreed en verdiept worden. Er wordt gewerkt aan een nieuw te graven vaarweg tussen het Oldambtmeer en het bestaande Nieuwe Kanaal.

Cultuurhistorisch erfgoed
De Grote Slapersluis in Finsterwolde is in 2011 gerenoveerd. De renovatie was nodig wegens een onveilige situatie door achterstallig onderhoud. De sluis met de rolbrug kreeg in 2000 de monumentale status omdat het samen met de constructie een uniek object is. Het waterschap wil vanwege de cultuurhistorische waarde de sluis voor het gebied behouden.
De sluis ligt op de grens van de Reiderwolderpolder en de Carel Coenraadpolder op de kruising van het huidige Hoofdkanaal en het Boezemkanaal naar Nieuwe Statenzijl.

In 1862 ontstond de Reiderwolderpolder door inpoldering van de Dollard met één uitwateringssluis, de Reiderlanderbuitensluis of Beersterzijl. De Carel Coenraadpolder ontstond in 1924 door kwelders achter de Reiderwolderpolder in te polderen. De uitwateringssluis werd verplaatst. Op de oude plek is de huidige Grote Slapersluis gebouwd. De sluis fungeerde eerst als spuisluis voor het gebiedswater en had een scheepvaartfunctie. De sluis veranderde later in een keersluis tegen het zeewater. Door de Deltawet in 1958 was de zeedijk langs de Carel Coenraadpolder verhoogd. De buitensluis was gesloopt en de Grote Slapersluis verloor daardoor tegelijkertijd haar waterstaatkundige functie. In de toekomst kan de Grote Slapersluis ook weer als tweede kering gebruikt worden.
Tegenwoordig vindt de afwatering in dit gebied plaats via het sluizencomplex te Nieuwe Statenzijl.

Toekomst
Op landelijk niveau zijn er ontwikkelingen gaande waarbij de toekomst van de waterschappen nog niet duidelijk is. Er zijn besprekingen over herverdeling van taken waarbij provincie, rijk en waterschappen betrokken zijn. Er is nog geen uitkomst over wie en wanneer verantwoordelijk wordt voor het oppervlaktewaterbeheer.